Tinus en Anja · Een bijzonder afscheid bij de 40e jubileumeditie van de Stepelfstedentocht
Een bijzonder afscheid van Tinus en Anja, vertrouwde gezichten bij de Stepelfstedentocht.
Na jaren vol mooie herinneringen, bijzondere momenten en trouwe inzet rijdt Tinus tijdens de 40e jubileumeditie voor de laatste keer voorop. Hij heeft het jaren lang gedaan met zijn vrouw Anja. Een eerbetoon aan twee vertrouwde gezichten die jarenlang zich hebben in gezet voor de steppers en een blijvende plek hebben veroverd in het stephart van de Stepelfstedentocht.
Sommige mensen zijn zó verweven met een evenement dat je je het bijna niet zonder hen kunt voorstellen. Tinus en Anja zijn daar het perfecte voorbeeld van. Jarenlang was Tinus de vertrouwde voorrijder van de Stepelfstedentocht, terwijl Anja hem vanuit de bijrijdersstoel ondersteunde. Samen zorgden ze ervoor dat de lange stoet steppers veilig door de nacht trok.
Tijdens de 40e jubileumeditie op 16 mei 2027 doen ze dat voor de laatste keer in deze rol. Een afscheid van een bijzondere taak, maar zeker niet van hun liefde voor de tocht. Want wie met zoveel plezier en toewijding jarenlang vrijwilliger is geweest, laat het stephart niet zomaar achter.
Van een idee in de kroeg naar een traditie
Het begon allemaal met een beetje gekkigheid. De Stepelfstedentocht ontstond ooit als een idee van Johan Velting. In de kroeg Blauwpoort in Bolsward werd het plan verder besproken. Robert en Hein Graafsma waren erbij betrokken en zo raakten ook Tinus en Anja bij het avontuur betrokken.
Roelof de Jong en Arie Draaisma kwamen met het voorstel om mee te doen aan de Stepelfstedentocht. Het groepje van dertien mannen besloot de bovenste helft van de tocht te steppen. Toen ze 's middags weer in Bolsward aankwamen, waren ze behoorlijk uitgeput.
Toch liet Tinus zich niet kennen.
"Dan kunnen we de onderste helft ook nog wel even steppen", was zijn gedachte. De anderen verklaarden hem voor gek. Maar het idee was geboren.
De eerste tochten werden afgelegd op eenvoudige stepjes, soms niet meer dan kinderstepjes. Het oorspronkelijke doel was geld bij elkaar te steppen voor driewielfietsjes voor mensen met een verstandelijke beperking voor It Merke in Bolsward. Daar was op dat moment onvoldoende geld voor. Zo ontstond in de kroeg het idee dat uiteindelijk zou uitgroeien tot een bijzondere jaarlijkse traditie.
Peter Talman en zijn vader, meneer Talman, speelden vervolgens een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van de tocht tot een vereniging.
Met grote mond naar een stepwedstrijd
Na de eerste Stepelfstedentocht zagen de mannen een poster voor een stepwedstrijd van Den Oever over de Afsluitdijk naar een camping in Harlingen. Het ging om een wedstrijd waarbij de tijd telde.
"Wij hadden de Elfstedentocht gestept, dus wij zouden die Hollanders wel even een poepje laten ruiken", vertelt Tinus lachend.
Vol zelfvertrouwen schreven ze zich in. Alleen hadden ze na de Elfstedentocht niet meer getraind en nauwelijks nog op een step gestaan. Bovendien bleken er in Noord-Holland al fanatieke steppers en stepverenigingen te bestaan. Die reden op professionele steps, terwijl de mannen uit Bolsward met hun eenvoudige exemplaren aan de start verschenen.
Het resultaat? Een flinke afgang.
"De vrouwen haalden ons in. Zij waren al een halfuur binnen voordat wij aankwamen!"
Toch bleek juist die ervaring het begin van iets nieuws. De deelnemers raakten met elkaar in gesprek over wat ze deden en zo groeide het idee van een terugkerend evenement. Ook de toertocht sprak anderen aan. Langzaam maar zeker ontstond de jaarlijkse traditie die we vandaag kennen.
In de beginjaren ging het allemaal nog wat op z'n houtje-touwtje. Wie kon helpen, hielp. Inmiddels is de organisatie veel professioneler geworden en is de tocht uitgegroeid tot een evenement met zo'n 500 deelnemers.
Van deelnemer en EHBO'er naar voorrijder
Tinus begon als deelnemer en was daarnaast actief als EHBO'er. In 1989 veranderde dat onverwacht. De toenmalige voorrijder stopte ongeveer een week voor de tocht. Er moest dus op korte termijn een oplossing komen.
Tinus had op dat moment al vier keer meegestept. Hij besloot dat hij dat jaar niet zou deelnemen, maar achter het stuur van de voorrijauto zou kruipen.
"Er was nood aan de man. Ik dacht: dan doe ik het wel."
Het was echter niet de bedoeling dat dit zijn vaste rol zou worden. Tinus wilde het liefst zelf blijven steppen. Maar een opvolger vinden bleek lastig. Alleen tijdens de 25e editie nam een taxichauffeur de taak eenmalig over. Tinus kon toen eindelijk weer eens deelnemen als stepper, al trof hij het bepaald niet met het weer: de hele nacht regende het.
De taxichauffeur bedankte daarna vriendelijk voor een tweede keer. Het bestuur vroeg Tinus vervolgens of hij de voorrijtaak weer op zich wilde nemen. Een andere geschikte kandidaat was er niet.
En zo bleef hij voorrijden, jaar na jaar.
Anja rolde eveneens steeds verder in het vrijwilligerswerk. Ze begon als EHBO'er en combineerde haar inzet met haar werk. Zelfs na een nachtdienst regelde ze tijdens de drukte nog koffie, thee en heet water. Later werd ze penningmeester in het bestuur.
Ook in de voorrijauto heeft ze een belangrijke rol. Vanuit de bijrijdersstoel zorgt ze ervoor dat Tinus wakker blijft en voorziet ze hem van eten en drinken. Samen vormen ze een vertrouwd team dat de steppers door de nacht begeleidt.
Een nacht vol verantwoordelijkheid
Voorrijden tijdens de Stepelfstedentocht is veel meer dan simpelweg de route volgen. Zeker in de nacht komt er een grote verantwoordelijkheid bij kijken. Tinus wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de steppers veilig aankomen in Dokkum.
Daarom verkent hij de route altijd ongeveer een week voor de tocht samen met Anja. Ze kijken of de wegen toegankelijk zijn, of de auto overal langs kan en of er geen nieuwe obstakels zijn. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld paaltjes plaatsen of de inrichting van een weg veranderen.
"Je moet overal aan denken. Je bent verantwoordelijk voor de steppers die achter je aan rijden. Je wilt geen ongelukken."
Dat is vooral belangrijk op smalle wegen en zeedijken, waar ook auto's rijden en automobilisten zich niet altijd bewust zijn van de lange stoet steppers die in het donker voorbijtrekt.
In de loop der jaren leerden ze steeds beter hoe ze de tocht veilig konden begeleiden. Ook de communicatie verbeterde. In het begin waren er nog geen portofoons. Als er bijvoorbeeld een gat in de stoet ontstond of het tempo te hoog lag, moesten auto's de voorrijauto inhalen om dat door te geven.
Tegenwoordig is de begeleiding veel beter georganiseerd. Toch blijft het belangrijk om onverwachte situaties snel op te lossen.
Zo werden de zeedijken ooit plotseling afgesloten vanwege een grote boerderijbrand. De route moest toen flink worden aangepast.
Ook ging het weleens mis in Harlingen. Daar stuurden verkeersregelaars de voorrijauto en stoet een verkeerde kant op, waardoor de voorrijauto in een doodlopende straat terechtkwam. De afslag richting Franeker was te vroeg genomen. Om weer op de juiste route te komen, reden ze met de auto door een grasveldje en een bloemenperk. De steppers volgden.
"Dat heb ik nog vaak moeten horen", vertelt Tinus met een glimlach.
Het hoort inmiddels bij de verhalen die bij hun jarenlange inzet zijn gaan leven. Maar achter de humor zit altijd het besef dat veiligheid vooropstaat.
Kippenvel bij de start
Hoewel Tinus al zo vaak voorop heeft gereden, blijft één moment ieder jaar bijzonder: de start.
"Als je vertrekt en je ziet al dat publiek en al die mensen, dan krijg je gewoon kippenvel. Dat is geweldig. Dat kun je eigenlijk niet uitleggen. Dat moet je meegemaakt hebben."
Juist op die momenten voelt hij hoe bijzonder de tocht is. Tegelijkertijd blijft het lastig dat hij zelf niet op de step staat. Hij is immers begonnen als sporter en heeft de Elfstedentocht in verschillende vormen meegemaakt: wandelend, schaatsend, fietsend én steppend.
"Ik heb de Elfstedentocht op allerlei manieren gedaan, maar steppen vind ik tot nu toe de zwaarste. Vroeger ging het met twee vingers in de neus, maar tegenwoordig moet ik er echt wat voor doen."
Het liefst had hij daarom altijd zelf willen deelnemen. Toch heeft hij zijn taak als voorrijder met veel plezier uitgevoerd. De verantwoordelijkheid om de groep veilig door de nacht te loodsen, woog uiteindelijk zwaarder dan zijn eigen wens om mee te steppen.
Van eenvoudige stepjes naar een professionele sport
Wie de huidige steps en de organisatie ziet, kan zich bijna niet voorstellen hoe het er vroeger aan toeging. De eerste stepjes waren eenvoudig en werden vaak zelf aangepast. Het stuur werd verhoogd en de spaakwielen werden verstevigd. Tinus heeft vroeger zelfs steps voor andere jongens gelast.
Ook de veiligheidsmaatregelen zijn sterk veranderd. Tegenwoordig zijn er onder meer helmplicht en verplichte verlichting. In de beginjaren was dat anders en gebeurden er weleens ongelukken.
Tinus herinnert zich een heftige valpartij waarbij een deelnemer zijn kin ernstig openhaalde. Hij moest van het ziekenhuis in Harlingen naar Leeuwarden worden gebracht. Daarna ging hij zelfs weer verder steppen richting Bolsward.
Het laat zien hoeveel er in al die jaren veranderd is. De organisatie is professioneler geworden, deelnemers bereiden zich beter voor en er vallen tegenwoordig minder steppers uit tijdens de nacht. Ook de techniek en de veiligheidsregels zijn flink verbeterd.
Voor Tinus en Anja is het mooi om te zien hoe het evenement zich heeft ontwikkeld van een klein groepje van dertien mannen tot een tocht met honderden deelnemers.
Een weekend dat in het teken staat van vrijwilligerswerk
Het Pinksterweekend is voor Tinus en Anja al jarenlang een druk weekend. Naast hun inzet voor de Stepelfstedentocht helpen ze ook bij de Fietselfstedentocht en de Mini-Elfstedentocht. Ze zijn actief als verkeersregelaar en EHBO'er en zetten zich op verschillende manieren in.
Vrijwilligerswerk kost tijd, maar levert volgens hen ook veel op.
"Je leert nieuwe mensen kennen en bouwt allerlei contacten op. Soms gaan er deuren voor je open omdat mensen je kennen van het vrijwilligerswerk. Je kunt elkaar helpen en advies geven."
Natuurlijk heeft het ook een keerzijde. Je bent tijdens het Pinksterweekend vaak bezet en moet er rekening mee houden dat anderen op je rekenen. Maar de voldoening weegt daar ruimschoots tegenop.
"Als je ergens aan begint en mensen weten dat ze op je kunnen rekenen, dan wil je dat ook waarmaken. Wij hebben er altijd plezier in gehad."
Door de jaren heen zijn ze bovendien bekende gezichten geworden. Mensen herkennen hen als vrijwilligers en weten waarvoor ze zich inzetten. Juist die waardering maakt het werk bijzonder.
Van romantische stelletjes tot slapende stempelaars
Natuurlijk horen bij zoveel jaren vrijwilligerswerk ook de nodige grappige herinneringen.
Zo was er in Hallum ooit een stelletje dat het wel erg gezellig had gemaakt in een bushokje. Totdat er plotseling een hele colonne steppers voorbij kwam. Het stel wist niet hoe snel het weg moest komen.
Ook zijn er mensen geweest die 's avonds hun gordijnen niet hadden gesloten terwijl ze zich aan het omkleden waren, of die bij open ramen iets te enthousiast romantisch bezig waren. De lange stoet steppers heeft in de loop der jaren heel wat onverwachte taferelen gezien.
En dan waren er nog de mensen die vroegen wat er eigenlijk aan de hand was. Niet iedereen wist in de beginjaren dat er een Stepelfstedentocht bestond. Gelukkig is de tocht inmiddels veel bekender geworden.
Een ander verhaal komt uit een van de eerste edities. In Workum was het lastig om stempelaars te vinden. Twee jongens wilden die taak wel op zich nemen, maar ze hadden geen rijbewijs. Ze werden daarom vroeg in de middag naar Workum gebracht, met een krat bier erbij.
Toen de eerste stepper over de finish aankwam vertelde de stepper dat hij de stempelaars in Workum niet had gevonden. De stempelaars lagen allebei te slapen op een bankje in Workum, nadat ze iets te diep in het glaasje hadden gekeken.
Het zijn verhalen die laten zien hoe informeel en eenvoudig het er in de beginjaren aan toeging. Inmiddels is ook dat onderdeel van de organisatie een stuk professioneler geregeld.
Anja heeft samen met meneer Talman bovendien vastgelegd bij de Nederlandse Autoped Federatie dat de Stepelfstedentocht een toertocht is voor steps met 12,5-inchwielen. Ook achter de schermen hebben ze dus een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Stepelfstedentocht.
Een afscheid, maar geen definitief vaarwel
De 40e jubileumeditie wordt voor Tinus en Anja een bijzonder moment. Na al die jaren neemt Tinus afscheid als voorrijder. Het stokje wordt overgedragen aan Robert Witteveen.
Dat betekent niet dat Tinus en Anja de Stepelfstedentocht helemaal achter zich laten. Tinus wil graag op de achtergrond betrokken blijven en hoopt, als zijn lichamelijke conditie het toelaat, bij de 41e editie weer zelf mee te steppen.
"Ik heb er met Anja over gehad. Ik stop met het voorrijden, maar helemaal stoppen hoeft voor mij nog niet. Als ik gezond en fit blijf, wil ik best nog iets betekenen. En ik zou het ook mooi vinden om nog een keer zelf mee te steppen."
Bij de 40e editie gaat hij in ieder geval voor het eerst samen met Robert op pad om de nieuwe voorrijder te begeleiden. Daarmee draagt hij niet alleen de taak over, maar ook de ervaring die hij in tientallen jaren heeft opgebouwd.
Anja blijft hem daarbij steunen, zoals ze dat al die jaren heeft gedaan. Met eten, drinken, koffie, thee en vooral veel betrokkenheid.
De deur naar het vrijwilligerswerk blijft dus open. De rol verandert, maar het warme hart voor de tocht blijft.
Waarom de Stepelfstedentocht zo bijzonder is
Voor Tinus en Anja zit de kracht van de Stepelfstedentocht niet alleen in de sportieve prestatie. Het is vooral de sfeer, de saamhorigheid en de gemoedelijkheid die het evenement zo bijzonder maken.
Ze denken terug aan de eerste edities, de kleine groep deelnemers en de avonturen die ze samen beleefden. Er werden trainingskampen georganiseerd, wedstrijden bezocht en zelfs uitstapjes gemaakt naar Maastricht. Daar deed de groep mee aan een stepwedstrijd vanaf de Sint-Pietersberg.
De afdaling ging met een flinke snelheid naar beneden, recht op een hek af, waarna de deelnemers op het laatste moment een haakse bocht moesten maken langs prikkeldraad.
"We leken wel kamikazepiloten. Levensgevaarlijk!", vertelt Tinus lachend.
Het waren avonturen die de groep dichter bij elkaar brachten. Diezelfde verbondenheid zien ze nog altijd terug in de huidige vereniging.
"Het is eigenlijk een kindje van ons geworden. We zijn ermee begonnen en hebben het zien groeien. We hebben het nooit met tegenzin gedaan."
En wie twijfelt om vrijwilliger te worden? Volgens Tinus en Anja is het antwoord eenvoudig:
"Probeer het gewoon een keer. Ervaar de sfeer en de gemoedelijkheid. Ik zou zeggen: gewoon doen!"
Wat hopen jullie dat mensen zich van jullie herinneren?
Tinus hoeft niet lang na te denken. Waarschijnlijk zullen de verkeerde afslag en het bloemenperk in Harlingen nog vaak ter sprake komen. Sommige verhalen verdwijnen nu eenmaal nooit.
Maar boven alles hopen Tinus en Anja dat mensen zich hun betrokkenheid en liefde voor de tocht herinneren. Ze behoren inmiddels tot de oude garde en hebben het evenement zien veranderen van een klein initiatief tot een grote, professionele tocht.
Ze hebben er veel tijd en energie in gestoken, maar kijken daar met trots op terug. Hun wens is dat de Stepelfstedentocht blijft bestaan en dat nieuwe vrijwilligers zich blijven inzetten om de traditie voort te zetten.
Wat hopen jullie dat de 40e jubileumeditie extra bijzonder maakt?
Voor Tinus is het antwoord simpel: mooi weer, een veilige tocht en een prachtige afsluiting.
Toch zal het afscheid hem waarschijnlijk niet onberoerd laten.
"Als je dan finisht en het is je laatste keer als voorrijder, dan zal ik het best even moeilijk hebben. Dat weet ik heel zeker."
Hij herinnert zich nog goed hoe hij in de eerste jaren achter het stuur zat en kippenvel kreeg bij de start. Als sporter had hij liever zelf meegestept, maar hij wist ook hoe belangrijk zijn rol was.
Bij de jubileumeditie hoopt hij vooral dat alles goed verloopt en iedereen veilig in Bolsward aankomt.
Waarom mag niemand deze jubileumeditie missen?
De 40e editie is volgens Tinus en Anja een bijzondere mijlpaal. Dat de tocht inmiddels zo ver is gekomen, vinden ze uniek. Ook al zijn er edities geweest die door omstandigheden, zoals corona, niet konden doorgaan, de traditie is blijven voortbestaan.
De Stepelfstedentocht is volgens hen een belevenis die je zelf moet ervaren. De lange stoet, de verlichting in de nacht, de sfeer onderweg en het gevoel van saamhorigheid maken het evenement anders dan anders.
Ook zien ze dat deelnemers tegenwoordig beter voorbereid aan de start verschijnen en meer trainen. Dat is terug te zien in het aantal uitvallers tijdens de nacht.
Maar uiteindelijk draait het om meer dan sport alleen. Het gaat om samen iets bijzonders neerzetten, met steppers én vrijwilligers.
Met welk gevoel willen jullie na afloop naar huis?
Tinus hoeft daar niet over na te denken.
"Ik hoop vooral dat er geen ongelukken gebeuren. Als iedereen veilig in Bolsward aankomt, ga ik met een goed gevoel naar huis."
Ook na de aankomst helpt hij vaak met het klaarzetten van de spullen, zodat alles gereedstaat voor de herstart in de ochtend in Bolsward. De veiligheid van de deelnemers blijft voor hem het allerbelangrijkste.
Een van de mooiste momenten vindt hij wanneer de hele stoet zich 's nachts uitstrekt over de weg. Vanuit de voorrijauto ziet hij normaal gesproken vooral wat er links en rechts in de spiegels gebeurt. Maar op sommige plekken, zoals bij Harlingen, is de volledige colonne goed zichtbaar.
"Dan zie je al die lichtjes van de steppers achter je, met alle volgauto's en bussen erbij. Dat is echt grandioos. Dat moet je eigenlijk eens zien. Eigenlijk zouden we iemand moeten hebben die de hele nacht meefilmt."
Ook daar komt weer diezelfde verwondering naar voren: na al die jaren blijft de tocht indruk maken.
Een oproep aan nieuwe vrijwilligers
Een veilige tocht organiseren kan niet zonder voldoende vrijwilligers. Vooral verkeersregelaars zijn onmisbaar. Op wegen en dijken met zijwegen moet de doorgang goed geregeld worden, zodat er geen verkeer tussen de lange stoet steppers terechtkomt.
Hoe langer de colonne, hoe meer mensen nodig zijn om alles veilig te laten verlopen.
Tinus en Anja weten als geen ander hoeveel verschil vrijwilligers kunnen maken. Ze hopen daarom dat mensen zich blijven aanmelden en samen de schouders onder het evenement zetten.
Tot slot: wat willen jullie iedereen meegeven?
Hun boodschap is eenvoudig en oprecht: houd de traditie in stand en blijf genieten van wat je samen mogelijk maakt.
"Ik heb er ontzettend veel plezier uit gehaald. Ik hoop dat ik nog een aantal jaren mag meemaken. En als ik heel eerlijk ben, zou ik het liefst nog een keer zelf willen steppen. Maar daar moet mijn lichaam natuurlijk wel aan meewerken."
Op 16 mei 2027 staan Tinus en Anja voor de laatste keer in hun vertrouwde rol aan het hoofd van de Stepelfstedentocht. Een bijzonder afscheid van een duo dat jarenlang klaarstond voor honderden steppers.
Ze hebben geholpen de tocht groot te maken, de veiligheid te verbeteren en de traditie levend te houden. En hoewel het stokje wordt overgedragen, blijven hun verhalen, hun inzet en hun liefde voor de Stepelfstedentocht voor altijd onderdeel van de geschiedenis.
Jarenlang op kop, voor altijd in ons stephart.
Geschreven door Anne Ilona Sieperda. | Stepelfstedentocht
Reactie plaatsen
Reacties